Op 23 juni 2018 heeft de Limburger een artikel gepubliceerd over twee MBO-studenten van CITAVERDE College Horst. Lees het hieronder terug:

In de krant: Stoere chickies op de trekker

Koeien melken, veldsla oogsten en tractor rijden. Echt werk voor een stevige boerenknul. Maar dat meiden het minstens net zo goed kunnen, ook zonder enige ervaring, bewijzen Zoë (18) en Lenny (19).

Boer Johan Theelen uit Neer is heel eerlijk. Toen hij hoorde dat er een meisje van de mbo-opleiding veehouderij bij hem stage kwam lopen, ook nog een ‘gewoon’ meisje en geen boerendochter, was hij sceptisch. „Dat kan niet veel worden met nul ervaring, zei ik tegen mijn vrouw Diana”, geeft hij een half jaar later grif toe.

Diana was wat positiever: „Ik vind dat je zo’n meisje ook een kans moet geven.” En maar goed dat ze dat gedaan hebben. Want inmiddels heeft stagiaire Zoë Geeraets (18) uit Baarlo een contract op zak. Inderdaad, van Johan. „Na drie weken kon Zoë al zelfstandig de koeien melken. Het is een wel heel snelle leerling. Zelfs haar leraar stond versteld. Inmiddels melkt ze bij nog een bedrijf en steeds meer collega’s vragen mij om haar nummer. Stoer toch, zo’n meid in de melkput?”

Zoë hoort het complimenteuze verhaal een beetje verlegen aan. In eerste instantie wilde ze politieagente te paard worden. Vooral omdat ze gek is op paarden. „Werken op een boerderij leek mij ook heel leuk. Ik ging vroeger vaak spelen tussen de biggetjes bij een vriendinnetje waar ze thuis varkens hielden. Maar ik dacht: als je thuis geen stal hebt, als je ouders geen boerenbedrijf hebben, dan kom je er niet tussen.” Omdat het bleef kriebelen, informeerde ze toch bij een docent of een agrarische opleiding een optie is. Ja dus!

 

Vers bloed

Ton Hermans, locatiedirecteur van Citaverde College Horst, waar alle agrarische mboopleidingen gevestigd zijn, klinkt die twijfel bekend in de oren. „Helemaal niet nodig”, zegt hij resoluut. „Het is geen enkel probleem als een leerling thuis geen boerenbedrijf heeft, in de klas zie je geen verschil. En ook de boeren staan open voor ‘vers bloed’. Jongens én meisjes. Ik heb nog nooit gehoord: ‘Zo’n meid hoef ik niet.’ De vraag naar personeel is groter dan het aanbod. Iedereen is welkom.”

Hermans vertelt dat wie een agrarische opleiding volgt, verzekerd is van werk. „De meeste leerlingen hebben al een baan op zaak als ze hun diploma nog moeten halen.” Alle handjes zijn welkom. Ervaren of niet. Een reden daarvoor volgens Hermans: het aantal boerenkinderen dat in rap tempo vermindert. „Sinds 2000 is het aantal boerenbedrijven in Limburg met 43 procent afgenomen. En daarmee ook het aantal kinderen dat op een boerderij opgroeit. Bovendien zijn de gezinnen kleiner en kiest niet iedere boerenzoon of -dochter tegenwoordig automatisch voor het overnemen van het bedrijf”, legt Hermans uit. „We moeten het hoe dan ook meer en meer hebben van jongens en meisjes wiens ouders geen boer zijn.”

 

Broek vol koeienstront

Zoë heeft geen spijt van haar beslissing om boerin te worden. „Tot nu toe is het super leuk, ook al had ik nog nooit een voet in een koeienstal gezet en heeft Johan me alles moeten leren. Inmiddels ken ik alle koeien bij naam: Toppertje, Mega Mindy, Nellie. Ik kan het werk op de boerderij overnemen. Johan kan - als hij dat wil - zo een paar dagen weg met z’n gezin.”

Johan is maar wat blij met stoere Zoë, die ongegeneerd met koeienstront aan haar broek met de familie Theelen meegaat om een ijsje te eten. En die het geen probleem vindt om om 6.30 uur op de scooter te stappen zodat ze op tijd is voor het melken. „De mensen die me goed kennen vinden het wel bij me passen, het boerenleven”, lacht Zoë. „Anderen zijn verbaasd, ik denk doordat ik, als ik niet aan het werk ben, een stadse uitstraling heb. Maar qua gedrag ben ik echt meer een boer. Handig op school met al die jongens, soms echt lompe boeren.” Ze merkt overigens op dat de helft van haar klas bestaat uit meisjes.

 

''Boer Zoekt Vrouw'' - effect?

Dat lijkt veel, maar of nou echt meer meiden kiezen voor een agrarische opleiding dan vijf jaar geleden? Of er sprake is van groei door het tv-programma Boer Zoekt Vrouw? „Geen idee”, zegt Zoë. „Eerlijk gezegd heb ik dat programma vorig jaar pas voor het eerst gezien.” Navraag leert dat het aantal vrouwelijke leerlingen op zowel het Citaverde College in Horst als op de HAS Hogeschool in Den Bosch/ Venlo weliswaar stijgt, maar slechts minimaal. Bovendien blijft de verhouding jongens-meisjes nagenoeg gelijk. „Een Boer Zoekt Vrouweffect?”, lacht Hermans. „Dat zou mooi zijn, maar nee, dat is er niet volgens mij. Het aantal studenten bij ons is de laatste drie jaar met circa 40 procent toegenomen. Ik denk eerder dat dat het effect is van de Floriade die we in Noord-Limburg hebben gehad. Tel daarbij de hoge werkgelegenheid én het feit dat de productie van duurzaam en gezond voedsel erg in beeld is.”

 

Meisje tussen de mannen

Lenny Hebben (19) uit Neer loopt nu haar laatste dagen stage bij een groentekwekerij in Lierop. Zij is net als Zoë een echte paardengek. Tijdens de open dag van de opleiding ‘dierenverzorging’ neemt ze ook een kijkje bij ‘teelt’ en is vrijwel direct verkocht. „Wil je verder komen in de paardenwereld, moet je wel heel goed zijn. Mijn ouders, en ikzelf ook, vonden het verstandiger om de paarden als hobby te houden. Teelt leek me interessant, ook al hebben we thuis geen boerenbedrijf. Haar keuze blijkt een schot in de roos. Na een stage bij een gerberateler en een fruitboer is ze nu druk met het oogsten van spinazie, rucola, veldsla en wortels. „Het bevalt heel goed. Het mooie van het bedrijf waar ik nu stage loop, is dat je het hele proces van begin tot eind meemaakt.

’s Morgens oogsten we, ’s middags zijn we bezig met wassen en verpakken en daarna gaat het product direct naar de winkels.” Het is fysiek zwaar werk, maar Lenny laat zich als meisje tussen voornamelijk mannen niet kennen. „Iets moet wel heel hoog staan of loodzwaar zijn, wil ik om hulp vragen”, klinkt het ferm. „Als ik thuiskom van het werk hoef ik in elk geval niet meer naar de fitness.”

Of ze het niet vervelend vindt, op stage en op school altijd maar tussen de jongens zitten? „Gezellig juist. Weet je dat de leraren het fijn vinden om een meisje in de klas te hebben? Dan zijn de jongens wat milder, hebben minder grof taalgebruik. Al hoeft niemand zich voor mij in te houden, ik praat wel mee.” Toch moet ze toegeven dat het de eerste weken vakinhoudelijk wat minder makkelijk meepraten was met de boerenzonen in de klas. „Snapte ik het niet, gaven de jongens uitleg. Zo fijn!” Overigens is Lenny net als Zoë op straat niet direct herkenbaar als boerin. „Ik wil er wel gewoon leuk uitzien volgens de laatste mode.”

 

Eigen boerenbedrijf

Hoezeer Lenny het ook naar haar zin heeft in de agrarische sector, zelf een eigen boerenbedrijf opzetten ziet ze niet zitten. Ze weet - bijna klaar met haar opleiding - sowieso nog niet zo goed welke richting ze nou precies op wil. Planten, groenten, fruit, de mogelijkheden zijn legio. „Daarom leer ik nog een jaar door op niveau vier, ook al zou ik nu overal aan de slag kunnen. Het lijkt me wel wat om later op andermans bedrijf in een leidinggevende functie te werken.” Een andere grote wens van Lenny: het tractorrijbewijs halen. Iets waar Zoë ook voor oefent.

Zoë vertelt dat ze met al die aanvragen van koeienboeren om te komen melken, bijna kan beginnen als zzp’er. „Maar eerst moet de opleiding af.” „Verstandig”, vindt Johan. „Want alleen maar melken gaat op een gegeven moment ook vervelen.

Je moet zo veel mogelijk kennis opdoen.” Zoë ziet zichzelf als meisje van niet-boerenafkomst nog geen boerderij beginnen. „Dat is ook bijna niet te doen”, denken Johan en zijn vrouw Diana. „Daar heb je heel veel kapitaal en grond voor nodig.” Moeten we Zoë dan maar aanmelden voor Boerin zoekt Boer? „Niet nodig”, grijnst Zoë. „Ik heb al een boerenzoon aan de haak geslagen!”

 

Kiezen voor opleiding tot boerin

Het aantal meisjes dat kiest voor een opleiding tot boerin groeit. Het is weliswaar geen enorme groei, maar toch. Op het Citaverde College in Horst is met name bij de opleiding ‘teelt’ een toename te zien. In het schooljaar 2012/2013 was nog maar 3 procent van de leerlingen vrouw, nu is dat 12 procent. Een duidelijke verklaring heeft woordvoerster Sophie van Kasteren daar niet voor. „Het is niet zo dat we anders hebben geworven. Wat kan, is dat meer jongeren en dus ook meer meisjes zien dat de teelt een topsector is in Limburg. Vooral in de zaadveredelingsbedrijven als Nunhems werken veel vrouwen. Het is heel precies werk.”

Op de opleiding ‘veehouderij’ is het aantal meisjes gelijk gebleven tussen 2012/2013 en nu: zes meiden. Boer en stagebegeleider Johan Theelen merkt op dat dat toch heel behoorlijk is: „Toen ik naar school ging, zaten er nauwelijks vrouwen op de opleiding. Die vielen echt op.”

Bij de opleiding ‘hovenier’ is het aandeel meisjes verdubbeld van 3 naar 6 procent. „Maar”, zegt Van Kasteren. „Het aantal jongens is daar gedaald.” Bij de loonwerkers is nu geen enkel meisje te vinden, in 2012/2013 één.

Florieke Koers van de HAS Hogeschool in Den Bosch/Venlo constateert dat er een hele lichte stijging is in het aantal vrouwen op de agrarische opleidingen. „Bij dier- en veehouderij zie je relatief veel meisjes (58 procent vrouw/42 procent man), maar dat komt door de paardensector. Voor de rest - bedrijfskunde en agrifoodbusiness / tuinbouw en akkerbouw - blijft het een mannenaangelegenheid.”

 

Bron: Dagblad De Limburger, zaterdag 23 juni 2018 | Tekst: Hanneke Drohm | Foto's: Stefan Koopmans