Interview met Felicitas Lang: De mens heeft zelf grote invloed op de biodiversiteit

Biodiversiteit is een belangrijk thema binnen CITAVERDE College.
We spraken Felicitas Lang (Groendocent voor CITAVERDE Bedrijfsopleidingen) over dit thema.


Kun je jezelf even voorstellen?

“Mijn naam is Felicitas Lang en ik geef les in de richtingen Hovenier en Groenvoorziening bij CITAVERDE Bedrijfsopleidingen.”


Kun je kort uitleggen wat biodiversiteit inhoudt?

“Hoeveel tijd heb je? Wat een beetje het probleem is bij dit soort begrippen is dat er heel veel verschillende en uiteenlopende definities voor zijn. En dat maakt het ook lastig concreet op mensen over te brengen wat dit thema precies inhoudt. Als ik een definitie van biodiversiteit zou moeten geven, dan is dat de onderlinge relatie en afhankelijkheid van alle levende organismen in een bepaald leefgebied. Hoe diverser de samenstelling in een leefgebied is, als ik kijk naar planten en dieren, des te stabieler is ook zo’n leefgebied.”


Waarom is dat?

“Meer onderlinge afhankelijkheden in één leefgebied zorgen ervoor dat een leefgebied stabieler is.
Een concreet voorbeeld is een voedselketen. Als er bijvoorbeeld minder planten zijn, zijn er minder insecten. Als er minder insecten zijn, zullen er ook kleine vogels verdwijnen die insecten als voedselbron hebben. Hierdoor verdwijnen de grotere roofvogels, enzovoort. Dit trekt zich door tot het ook ons bereikt.”


Dus wij als mensen hebben ook een hele belangrijke positie binnen het thema biodiversiteit?

“Jazeker. Ook als mens zijn we afhankelijk van deze biodiversiteit. Wij staan niet buiten dat ecologische systeem maar maken daar onderdeel van uit. Ik weet niet of mensen de film Avatar kennen. Dit is een hele futuristische film, maar ze laten daarin wel heel goed zien hoe afhankelijk we van elkaar zijn. Het probleem is ook dat veel mensen door verschillende redenen het idee hebben dat wij bovenaan de voedselketen staan, of zelfs daarbuiten. En dat klopt gewoon niet. Een voorbeeld daarvan is glyfosaat. Dat is de werkzame stof in het middel dat agrariërs, hoveniers en particulieren gebruiken om ongewenste kruiden te doden. En als je kijkt naar recente onderzoeken van ons voedsel, vindt je in bijna ieder voedingswaar restanten van glyfosaat terug. Dus heel kort door de bocht: als ik gif op mijn akker spuit, dan komen die uiteindelijk ook weer bij mij terecht. Dit geeft dus aan dat wij wel degelijk onderdeel uitmaken van de voedselketen.”


Kunnen wij mensen biodiversiteit op een bepaalde manier sturen? Of is dat een kwestie van de natuur die zijn vrije gang moet kunnen gaan?

“In principe sturen wij de biodiversiteit nu ook al, maar de verkeerde kant op. Wij zorgen er namelijk voor dat deze steeds minder wordt. Als we dit positief gaan vertalen, kunnen we ervoor zorgen dat de biodiversiteit niet verder daalt, of misschien zelfs weer gaat stijgen. De relatie tussen ons handelen en hoeveelheid biodiversiteit is zeker aanwezig.”


En hoe probeer je die positieve vertaling op dit moment te verwerken in je onderwijs?

“Biodiversiteit komt steeds vaker terug in ons onderwijs. Denk aan de problematiek rondom klimaatveranderingen, met name binnen de bebouwde kom. Een goed voorbeeld is het initiatief Limburg Waterklaar, waarbij er steeds meer op gestuurd wordt om hemelwater los te koppelen van de riolering en dat op een andere manier op te slaan in je tuin. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden hoe biodiversiteit steeds meer benoemd wordt in onze huidige maatschappij. Bijvoorbeeld het verbod op glyfosaat waar ik het zojuist over had. Deze stof mag in de groene sector niet meer gebruikt worden om verhardingen te spuiten. Als je daar in de klas op in gaat komen er aardig wat discussies los, want er zijn ook argumenten om deze gifstof wél te gebruiken. Maar het feit dat deze gifstof bijvoorbeeld ook weer in je voedsel terechtkomt, is iets wat wij in ons onderwijs ook moeten vertellen.

Een ander voorbeeld is het hele maatschappelijke thema rondom het afnemende welzijn van bijen. Wat mensen niet realiseren is dat dit ook invloed heeft op de mens, dus dat probeer ik ook duidelijk te maken in mijn lessen. Dit doe ik door studenten te vertellen over inheemse kruiden, die vaak als ongewenst gezien worden. Deze zijn namelijk van groot belang voor de leefwereld van bijen, die weer van groot belang zijn in de voedselproductie voor ons als mensen."


Waarom gaat het dan toch nog regelmatig mis op verschillende vlakken?

“Een klassieke hovenier heeft vaak een indeling in zijn hoofd zitten waarin heel zwart-wit onderscheid gemaakt wordt tussen sierplanten en ongewenste planten of onkruid. De ongewenste planten waren in het verleden echter nog de normale inheemse planten die zich vanzelf huisvestigde in de tuin. Uit onderzoek van de afgelopen jaren blijkt steeds meer dat juist deze inheemse wilde planten heel waardevol zijn als voederplanten voor rupsen, insecten, et cetera. Maar veel mensen realiseren zich niet dat er ook heel veel inheemse planten geschikt zijn om toe te passen als sierplanten.”


Hoe wordt op dit moment buiten de particuliere sector met biodiversiteit omgegaan? Bijvoorbeeld door gemeentes en provincies.

“Hierin is een positieve ontwikkeling te zien. Als je kijkt naar bosplantsoen, dan bestaat deze in veel gevallen al uit inheemse planten zoals heesters en struiken. Daarnaast worden de bermen de laatste paar jaar steeds minder gemaaid, waardoor de biodiversiteit ook verhoogd wordt. In het verleden werd het beperken van maaien gedaan vanuit financieel oogpunt, maar de laatste jaren zie je dat steeds meer gemeentes de biodiversiteit op deze manier bewust stimuleren. Ook doen gemeentes dat door bijvoorbeeld op steeds meer plekken gazon om te vormen tot kruidenrijkere beplanting, wat je bijvoorbeeld veel ziet naast bouwprojecten. Het is dus goed om te zien dat gemeentes, maar ook provincies en rijkswaterstaat hier steeds bewuster mee omgaan.”


Zit het probleem ook bij het feit dat veel mensen denken dat meer biodiversiteit overlast veroorzaakt, zoals een minder strak gazon en meer insecten in de tuin?

“Mensen hebben bij insecten vaak het idee dat dit lastige kriebelige beestjes of vervelende vliegen zijn. Maar als je meer inheemse kruiden en planten aanlegt, zullen met name rupsen, vlinders en bijen in de omgeving van deze planten gaan toenemen. En dit zijn niet per definitie insecten waar wij als mensen hinder van ondervinden, maar in veel gevallen zelfs mooi vinden. Het verlengde daarvan is dat je dankzij de toename van insecten meer dieren in je tuin krijgt die leven van deze insecten. Er zullen dus bijvoorbeeld ook meer vogels in je tuin zitten.
En dit denk ik vooral leuk voor de oudere generatie, die zich nog kan herinneren dat er 15 jaar geleden veel meer verschillende soorten vogels in de tuin zaten dan tegenwoordig. Een beetje natuurliefhebber is zich er namelijk wel bewust van dat er al jaren geen mus meer in zijn tuin te vinden is, terwijl die er eerst wel was.
Om even terug te komen op je vraag denk ik dat het probleem vooral ligt bij de communicatie rondom dit thema. Het is namelijk heel belangrijk om te communiceren waaróm er bepaalde maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld door de gemeente. Burgers kunnen nu denken: ‘Hey, er wordt niet meer gemaaid bij ons in de straat, dus de centen zullen wel op zijn.’. Maar als de gemeente deze plek bewust gekozen heeft als plek waar de natuur iets meer zijn gang kan gaan, is het belangrijk om dit ook te communiceren naar de burger.”


Welke tips heb je voor mensen die een eerste stap willen zetten in het bevorderen van biodiversiteit?

“Je kunt in je eigen tuin bijvoorbeeld al heel veel doen. Sta bijvoorbeeld rommelhoekjes toe waar inheemse planten ook mogen groeien. Daarnaast ben ik van mening dat het bevorderen van biodiversiteit te allen tijden gepaard gaat met het verkleinen van je eigen ecologische voetafdruk.
Zo kun je je bijvoorbeeld richten op regionaal eten en regionaal inkopen, want globalisering speelt ook een rol in dit verhaal. Je vermindert hierdoor het aantal transportkilometers, waarbij verkeer ook een van de oorzaken van de verschuiving in het klimaat en de biodiversiteit is.”


Hoe extreem ben jij daar zelf in? Koop jij bijvoorbeeld geen avocado’s of bananen?

“Ik ga daar zelf wel heel bewust mee om, wat erop neerkomt dat 95% van de producten die ik eet regionale producten zijn. Ik ben aangesloten bij een boerenvereniging waar ik een vast bedrag per maand betaal. Alle oogst wordt dan op het einde van de maand verdeeld onder de mensen die geld inleggen. Ik ben heel bewust van mijn autogebruik en ik denk twee keer na of ik wel echt bepaalde reizen met het vliegtuig moet doen. Maar je kunt daar natuurlijk zo ver in gaan als dat je zelf wil. Ik heb echter niet het gevoel dat ik voor deze levensstijl dingen achterwege moet laten en dat is wel waar de laatste tijd veel discussie over is. Op het moment dat mensen het idee hebben dat ze iets moeten laten wat ze belangrijk vinden, kun je nooit een gedragsverandering plaats laten vinden. Dat kan pas als je mensen bewust laat worden van de gevolgen van hun eigen gedrag.”


Wat moet er gebeuren als we echt stappen willen zetten op het gebied van biodiversiteit?

“Het begint op dit moment echt met bewustwording scheppen over je eigen invloed en wat je zelf kunt veranderen. Hierin is het belangrijk om kennis over te brengen over de natuur en de relaties die je zelf hierin speelt.
Ik denk dat we hier van het begin af aan meer mee bezig zouden moeten zijn, zoals op de middelbare school en de basisschool. Ik denk dan oook dat wij daar als onderwijs een hele belangrijke taak in hebben. Je kunt dit op verschillende manieren in je onderwijs verwerken. Volwassenen kun je bijvoorbeeld tips geven, die ik eerder in dit interview genoemd heb, om hun eigen tuin meer biodiversiteit te laten bevatten. Met kinderen op de middelbare school heb ik ooit zelf huishoudelijke producten gemaakt die biologisch afbreekbaar zijn. Je kunt er dus in principe alle kanten mee op.”


Wat wil je mensen als laatste nog meegeven over dit thema?

“Het is belangrijk om van de beargumentatie af te stappen van: ‘Wat ik in mijn eentje doe heeft toch geen zin. De overheid of de gemeente moet het maar regelen.’ Dat klopt natuurlijk ook als we kijken op een grotere schaal. Maar ik vind het belangrijk om vooral naar jezelf te blijven kijken. Ik besef ook dat ik in mijn eentje geen invloed heb als ik geen avocado’s meer koop, maar ik hou daar wel een goed gevoel aan over omdat ik een bewuste keuze maak om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. En als meer mensen dat samen zouden doen, dan heeft dat wel impact.”
 


Lees hier de interviews over de andere thema's:

Tags: MBO