Interview met Cyriel Lendfers: Als mensen beseffen wat het nut van vergroening in het stedelijk gebied is, kunnen we stappen gaan maken.

Vergroening van het stedelijk gebied is een belangrijk thema binnen CITAVERDE College.
We spraken Cyriel Lendfers (Groendocent voor CITAVERDE Bedrijfsopleidingen) over dit thema.


Kun je jezelf eerst even voorstellen?

“Mijn naam is Cyriel Lendfers. Ik werk nu 14 jaar als Groendocent op CITAVERDE College. In eerste instantie was dat gedeeltelijk op locatie Heerlen en na een paar jaar ben ik volledig voor Bedrijfsopleidingen gaan werken. Daarvoor heb ik gewerkt als boomverzorger in het grote en openbare groen, zoals voor de gemeente.”


Hoe zou jij de betekenis van het thema ‘Vergroening van het stedelijk gebied’ uitleggen?

“Een definitie van dit thema is eigenlijk niet nodig, omdat dit zichzelf eigenlijk al omschrijft. Ik vind het belangrijker om uit te leggen ‘What’s in it for us?’. Ik zie drie voordelen om stedelijke gebieden groener te maken: 

1. Allereerst zorgt groen voor klimaatbeheersing in de stad. Iedereen heeft op de middelbare school geleerd dat planten zuurstof produceren. Dit proces kost energie dat de plant uit zijn omgeving haalt, waardoor het afkoelt. Dat is dus al een hele belangrijke.

2. Daarnaast zorgt groen voor fijnstoffiltering. Dat wil zeggen dat fijnstof, wat bijvoorbeeld geproduceerd wordt door auto’s en houtkachels, afgebroken wordt door planten en dat is goed voor de luchtkwaliteit.
Een leuke anekdote:  als hovenier moest ik ooit een klimop scheren die vol bleek te zitten met stof. Hierop reageerde klant met: “Zullen we die klimop niet gewoon weghalen? Kijk eens hoeveel stof daarin zit!” Dat is exact hetzelfde als de filter uit een stofzuiger halen omdat deze altijd hartstikke vol met stof zit, maar hij zit daar met een reden. Bomen en planten zijn juist de filters die ervoor zorgen dat je op andere plekken minder stof hebt.”

3. Groen zorgt voor het gedeeltelijk opvangen van water, waardoor het riool wordt ontzien. Wateroverlast is namelijk steeds vaker een probleem is in de stad. Het regenwater moet ergens heen en daar moeten we slimmer mee omgaan. Om een voorbeeld te geven: het laagste punt van de straat een is de geasfalteerde weg. Door zwaartekracht gaat water naar het diepste punt: het riool.  Als we dat straatprofiel nou eens zouden omgooien en zorgen dat het groen zich in het laagste punt bevindt, dan heb je relatief simpel al een groot probleem opgelost.  


"De klimop in je tuin weghalen is hetzelfde als de filter uit je stofzuiger verwijderen."


In hoeverre gebeurt dit al? In hoeverre worden profielen van de straat bijvoorbeeld al omgedraaid?

“Dat gebeurt nu nog te weinig. Beroepen zoals wegenbouwers en stratenmakers worden op dit moment nog niet genoeg betrokken bij vergroening in het stedelijk gebied. Er moeten dus cross-overs gemaakt worden tussen vakrichtingen. Veel meer dan dat nu gebeurt. Als bijvoorbeeld de wortels van een boom de stoep omhoog drukken, dan wil de stratenmaker het liefst die wortel weghalen zodat de straat weer mooi vlak ligt. Het hele probleem kun je voorkomen door deze boom te planten op een plek waar hij voldoende ruimte heeft. Daarom moet je in samenspraak een plan maken hoe je de straat inricht, groen en bestrating gecombineerd.”


Niet alleen de stratenmakers en wegenbouwers moeten aan dit soort dingen denken. Dit kunnen we toch ook in onze eigen tuin toepassen?

“Dat klopt. Alleen is het al jaren zo dat de klant over het algemeen vaak om een onderhoudsvrije tuin vraagt, waarbij groen slechts bijzaak is. Hoveniers komen hierdoor in een lastig spanningsveld. Ga je mee met de klantbehoefte, dan heeft hij die klant binnen maar legt hij een minder klimaatvriendelijke tuin aan. Doe je het niet, dan pikt een ander hem in.”


Bewustwording bij de burger en klant is dus uitermate belangrijk?

"Daar moeten we inderdaad mee beginnen, want de burger is de klant. Als hij beseft wat het nut is van vergroening kunnen we stappen gaan maken.

Ook zullen gemeentes zelf een duidelijker beleid moeten hebben. We zitten op dit moment in een vreemde situatie. Aan de ene kant prijst een wethouder de gemeente omdat ze het zo goed doen op het gebied van vergroening en biodiversiteit en tegelijkertijd overhandigt een andere wetgever één van de inwoners een bloemetje omdat deze ééns in de zoveel tijd de berm maait bij hem in de straat. Dit heeft als gevolg dat de bloemen niet in bloei kunnen komen en grassen gaan overheersen. De acties van deze wethouders staan lijnrecht tegenover elkaar en dat maakt het voor veel mensen verwarrend, waaronder voor de groene initiatiefnemers.

En toegegeven: als we meer natuur willen zal het er allemaal misschien wat rommeliger uit gaan zien. Goede natuur is niet strak en netjes, en dat zullen we ook moeten uitleggen aan de burger."


"Als de burger beseft wat het nut is van vergroening kunnen we stappen gaan maken."


Hoe zijn de andere thema’s te verbinden met vergroening van het stedelijk gebied?

"Insecten zijn een overlappende factor tussen verschillende thema’s. We moeten zorgen voor een goede leefomgeving voor insecten in de stad. Zij staan namelijk onderaan in onze voedselketen. Als zij meer en meer verdwijnen heeft dat uiteindelijk ook invloed op onze eigen voeding.
Ook bij vergroening in het buitengebied moet rekening gehouden worden met insecten. De randen van akkers worden steeds vaker bloemrijk ingedeeld, wat heel veel insecten aantrekt. Heel mooi natuurlijk, maar wat veel mensen vergeten is dat veel insecten onder de grond overwinteren, wanneer de grond omgeploegd wordt door de agrariër. Dit zorgt ervoor dat die akkerranden eigenlijk hele grote insectenvallen geworden zijn. We mesten de insecten vet in de zomer om ze in de winter te verstoren door de ploegen.
En dat is dan weer een bruggetje naar het eten van insecten, wat we eigenlijk te weinig doen als je ziet hoeveel insecten we per jaar slachten. Eigenlijk zonde, want insecten zijn snelle proteïne leveranciers. Veel efficiënter dan ons huidige slachtvee."


Welke kant gaan we daarin op? Zijn insecten over een paar jaar vaste prik in ons dieet?

"Ik betwijfel het. In 2012 hebben verschillende grote supermarkten geprobeerd insecten groot op de markt te brengen.
We leven op dit moment bijna in 2020 en in één van de winkels verkopen ze nu nog steeds maar vier verschillende potjes insecten. Andere supermarkten zeggen ze niet meer te verkopen omdat mensen ze niet durven te eten.

Eigenlijk is dat heel gek, want insecten horen van oorsprong bij ons dieet, maar op de een of andere manier krijgen we die knop niet meer terug gezet. Het is heel raar dat we dieren met twee poten en met vier poten eten, maar zodra ze zes poten hebben is het opeens vies. Een garnaal is daar één van de weinige uitzondering op, dat lusten veel mensen dan nog wel."


Leuk zijstraatje. Maar we gaan weer even terug naar de vergroening. Wat kan voor mensen de eerste stap zijn voor vergroening in hun leefomgeving.

"Mijn tip is om even googelen op ‘De Levende Tuin’ van de VHG. Volgens het concept van De Levende Tuin moet een tuin voldoen aan een aantal eisen. 
Allereerst moet een groene tuin een gezonde bodem bevatten. Daarnaast zijn in een groene tuin maatregelen aanwezig voor regenwater, zoals de afkoppeling van regenwater of waterdoorlatende stenen. Zorg ook voor oppervlaktewater, want dit trekt leven aan in de vorm van insecten, vissen en vogels. Tot slot bevat een groene tuin voldoende voedsel in de vorm van planten met bloemen of bessen. Dan heb je de ideale balans tussen bodem, dieren, energie, voedsel en water en is je tuin een op zichzelf staand ecosysteem!"


"Als insecten meer en meer verdwijnen heeft dat ook invloed op ons, omdat wij hoger in de voedselketen staan."


Docent Peter Harrewijn vertelde in een eerder interview dat een groene tuin vooral inheemse planten moet bevatten. Klopt dit?

"Dat klopt. Ook als je voor gemak kiest, kun je voor inheemse planten kiezen. Exoten horen hier niet thuis, waardoor ze extra zorg nodig hebben. Inheemse planten weten hoe ze hier moeten leven en hebben daardoor minder zorg nodig. Daarnaast doen veel mensen onnodig veel onderhoud. Zo kun je de blaadjes die van de bomen afvallen goed laten liggen in de herfst, dat is ook weer goed voor egels. Het is juist mooi dat je de allure van de zomer in het najaar nog terugziet in je tuin."


Waar ik nu heel benieuwd naar ben is hoe jouw tuin eruit ziet. Is dit een oerwoud of hou jij het zelf nog redelijk in de hand?

"Mijn tuin is uiteraard groen. Ik heb een terrasje bij het huis en een terrasje achterin. Daartussenin loopt een pad met links en rechts wat groen."


Groen als in een strakke groene grasmat met een paar bloemetjes of kun je er alleen met een machete doorheen?

"Het is echt een oerwoud, maar ik noem het zelf een groene oase. Er staat een appelboom met een boomhut en de rest is dichtgegroeid. Mijn tuin bevat veel geuren. Iemand die blind is kan ik mijn tuin ruiken welk seizoen het is. Als ik in de zomer thuiskom en er staat een bepaalde linde te bloeien, dan weet ik dat het bijna zomervakantie is. Maar ook in de winter staat mijn tuin in bloei!

Ik heb ooit in februari een praktijkles gedaan over winterbloeiende planten. Er was midden in de winter veel kleur en geur, wat voor de cursisten een verrassing was. De mooiste feedback die ik daarop kreeg was van een jongen die aangaf last de hebben van winterdepressies die voorbij zijn als hij de eerste bloemen in het voorjaar ziet. Omdat ik hem had gewezen op bloemen die in februari al staan te bloeien, was hij eerder van zijn winterdepressie af. Ik vind het leuk dat ik tijdens mijn werk mensen ook op die manier kan helpen."


Lees hier de interviews over de andere thema's:

Tags: MBO