Interview met Ger van Laak: De wisselwerking met het bedrijfsleven is heel belangrijk

Kwaliteitscultuur is een van de hoofdlijnen binnen het  CITAVERDE College strategisch beleidsplan 2020>2023.

We spraken Ger van Laak (projectadviseur bij CITAVERDE College) over zijn projecten die bijdragen aan kwalitatief hoog onderwijs. 

Kun je jezelf eerst even voorstellen?

“Sinds vijf jaar werk ik als business developer bij het Kenniscentrum voor Natuur en Leefomgeving (KCNL) en projectadviseur bij CITAVERDE College. Het KCNL is een landelijk initiatief om het Groene onderwijs op MBO- en HBO-niveau te ontwikkelen van buiten naar binnen. Het Kenniscentrum heeft als opdracht om samen met het MBO, HBO en het bedrijfsleven het onderwijs te vernieuwen door innovaties te zoeken, kennis te ontwikkelen en die kennis beschikbaar te maken voor studenten of werkenden in het veld.

Daarnaast doe ik allerlei projecten. Denk aan voedselbossen, maar ook strategisch management, AgroLeeft, Biodiversiteitstresstest, Limburg Waterklaar en Nationale bijenstrategie. Ik ben daarmee stevig verbonden aan regionale en landelijke netwerken, in verschillende organisaties en ook aan gemeentes en overheid.”

CITAVERDE is dus veel met innovatie van het groene onderwijs bezig. Hoe dragen jouw projecten daaraan bij?

“Het belangrijkste is dat docenten, die normaal gesproken druk zijn met activiteiten voor de lessen in de klas, in projecten mee gaan doen. Op die manier komen ze makkelijker in contact met bedrijven en organisaties en maken ze kennis met vragen en problemen die daar actueel zijn. Het onderwijs en het bedrijfsleven kunnen dan samen aan de slag om deze vragen op te lossen. Zo wordt er bijvoorbeeld nieuw lesmateriaal gemaakt, gebaseerd op deze problematieken en van daaruit ontwikkelde kennis.

Het unieke bij CITAVERDE hieraan is dat er een gevoel van urgentie is om nieuwe dingen op te pakken. We hebben een eigen afdeling voor de ontwikkeling van digitale leerstof. Daarin zijn we uniek in Nederland. Dat betekent dat we een goede basis kunnen creëren om in projecten nieuwe, aantrekkelijke lesstof te maken en te verwerken. Zowel digitaal als klassikaal.”

"We hebben een eigen afdeling voor de ontwikkeling van digitale leerstof. Daarin zijn we uniek in Nederland."

Eén van jouw projecten gaat over voedselbossen. Wat is dat voor project?

“Het voedselbos is een item waar steeds meer mensen mee aan de slag willen gaan. Wij verzamelen daarover kennis, ontwikkelen dat en maken het toegankelijk voor professionals en burgers, zodat zij met de voedselbossen aan de slag kunnen. Een voedselbos heeft vaak niet alleen het doel om voedsel te produceren. We gebruiken de voedselproductie als middel voor een sociaal-maatschappelijk doel. In een voedselbos, of -park, leren bewoners uit de omgeving, jong en oud, welk voedsel je kunt verbouwen en dat het makkelijk is om gezond te eten. Het is daarnaast een plek waar verschillende mensen en culturen elkaar ontmoeten en samen activiteiten doen. Boontjes planten, kersen plukken, onderhoud van het park, lekker wandelen en soms ook koffie drinken. We produceren voedsel, maar de doelen die erachter liggen zijn veel waardevoller.

Het onderhoud van de voedselbossen wordt trouwens ook gedaan door onze studenten van MBO niveau 3 en 4. Maar we zijn ook bezig met een onderzoek naar een curriculum voor een opleiding tot voedselparkmedewerker. Dat is ook nodig, want er zijn nu tientallen voedselbossen in Brabant en Limburg en elke week komt er wel een aanvraag bij.”

Hoe zorg je ervoor dat projecten als het voedselbos proces- en resultaatgericht zijn?

“Bij zo’n project is het belangrijk dat we goede partners aan boord hebben die zelf ook willen investeren en dat we samen hun uitdagingen omschrijven, zodat we tot de juiste oplossingen kunnen komen. In een projectplan beschrijven we de doelstellingen van het project, met welke onderdelen we aan de slag gaan en welk resultaat we verwachten. Maar ook wat je als organisatie komt brengen en komt halen. Die wisselwerking is heel belangrijk en daar zijn wij ook scherp op. Zo’n projectplan geeft aan hoe het proces gaat lopen en hoe we resultaten gaan boeken. Een projectleider zorgt er dan voor dat activiteiten worden gedaan en dat bepaalde resultaten op tijd opgeleverd worden. We doen dit niet vanuit de gedachte ‘als het niet lukt doen we het volgend jaar’, maar willen scherp aan de wind zeilen. Afspraak is afspraak. Daardoor kunnen we ook tijdig bijsturen als dat nodig is.”

Wat zijn de resultaten waar je het meest trots op bent?

“Als ik kijk naar een project van voedselbossen, dan ben ik het meest trots op het symposium dat we organiseerden op 11 december 2019 in het Gouvernement in Maastricht. Het project sloten we daar af met ruim 160 deelnemers. Partners, medewerkers en docenten, maar ook studenten vanuit heel Nederland kwamen luisteren naar de resultaten. Voor mij betekent dit dat we het hele item rond voedselbossen echt een stap verder hebben gebracht, ook qua imago. Een geweldig gevolg van het symposium was dat we extra subsidie konden regelen én dat het project met negen maanden is verlengd tot 1 oktober 2020.”

Goed nieuws dus. Wat staat er nog op de planning voor die extra maanden?

“In die extra maanden doen we verder onderzoek naar het ontwikkelen van een curriculum voor een MBO-opleiding niveau 3 en 4 tot voedsel-bosmedewerker. Daarnaast willen we ook een ontwerp- en beplantingsplan maken voor toekomstige voedselbossen. En we brengen in beeld op welke wijze je kunt monitoren in een voedselbos. Welke producten je plaatst en gebruikt en hoeveel je oogst. Maar ook over de biodiversiteit: welke planten en dieren komen voor in de voedselbossen? Na 1 oktober is het project ten einde en moet het opgenomen zijn in een opleiding, met toegespitst lesmateriaal.”

Hoe zie jij de toekomst in het groen onderwijs in Limburg?

“Ik denk dat wij in Nederland en dus ook in Limburg steeds meer blauwe elementen (water) in de Groene opleidingen erbij krijgen. De gezonde leefomgeving zal steeds belangrijker worden. Wat is er nodig om een omgeving te creëren waar mensen gezond kunnen leven? Bijvoorbeeld in stedelijke gebieden waar senioren wonen, waar het door bebouwing 45 graden kan worden. Of een bedrijventerrein aantrekkelijker maken door groen toe te voegen. De omgeving speelt een steeds grotere rol. Maar ook; hoe kun je het groen in een stad gebruiken, in plaats van dat het alleen maar mooi is?

Daarnaast denk ik dat de kwaliteit van ons onderwijs ook steeds hoger zal worden, doordat we met het bedrijfsleven samenwerken. Zij leggen de lat vaak hoger dan wij in het onderwijs doen, waardoor we kunnen toewerken naar meer kwaliteit, maar ook betere processen in het onderwijs. En het bedrijfsleven leert ondertussen ook van het onderwijs. Je bent nooit te jong om te leren.”

"De gezonde leefomgeving zal steeds belangrijker worden"